Skip to content
Skip to content

Boerenkrokus

Crocus tomasianus

Hoort bij de lissenfamilie (Iridaceae). Mooie paars-blauwachtige bloemen met drie feloranje meeldraden. De boerenkrokus wordt beschouwd als een stinzenplant, dat wil zeggen dat hij behoort tot de groep planten die ooit zijn aangeplant en vrijwel beperkt zijn tot tuinen, boerenhoven, parken en landgoederen.

Fraaie verhalen
De krokus wordt ook wel de bloem van Aurora genoemd, naar de Romeinse god van de dageraad. De Grieken wisten zijn schoonheid naar waarde te schatten en zagen in hem het beeld van Eos (de Griekse naam voor Aurora), de verkwikkende, opwekkende frisheid van de vroege morgenstond aan wie ze de bloem wijdden. In de Griekse mythologie wordt verteld dat wanneer Zeus en Hera zich op de Ida verenigen, de krokus, lotus en hyacint uit de aarde ontspringen. Crocus is een zoon van onbekende afstamming die verliefd werd op de mooie Smilax. Dit tweetal wordt vooral herinnerd omdat zij door de goden in bloemen werden veranderd.

Toepassingen

Herkomst
Het zuiden van voormalig Joegoslavië, Hongarije en het noordwesten van Bulgarije, in bossen en op beschaduwde hellingen van 1000-1500 m, bij voorkeur van kalksteen

Welke insecten trekt de plant aan?
Bijen en hommels

Algemeen

Standplaats

Hoogte
10-20 cm

Bloeitijd
Februari-maart

Bloeiwijze
Alleenstaande bloem. De kleine knol draagt bladeren en bij de boerenkrokus meestal een bloemaanleg of bloem.

Kleur
Paars, wit, lila, lichtblauw, blauw.

Hoe te vermeerderen
Verwilderen gemakkelijk en wekken daarmee de indruk deel uit te maken van de oorspronkelijke vegetatie. Boven aan de knol zit een holte of uitholling. Binnen deze holte vinden we een kleine knol, in verbinding met de grote, waar uiteindelijk de nieuwe knol van volgend jaar uit groeit.

Zaadjes in zadenbieb?
Van deze plant kunnen we geen zaden oogsten. Ze zijn dan ook niet opgenomen in de zadenbibliotheek in Zinder.

Weetjes
Tijdens de bloei worden stuifmeelkorrels op het stempel afgezet. Het vruchtbeginsel zit diep onder de grond. De korrels gaan op het stempel kiemen, waarbij een stuifmeelbuis naar binnen groeit en het stijlkanaal gaat passeren. De stuifmeelbuizen moeten daarbij wel 5 tot 10 centimeter overbruggen om het vruchtbeginsel te bereiken.
Na de bloei en de bevruchting gebeurt iets eigenaardigs. De bloemsteel waarop het vruchtbeginsel staat, groeit als een telescoop uit, totdat de doosvrucht net of zelfs enkele centimeters, boven het bodemoppervlak uitsteekt. Op deze manier kunnen de zaden efficiënt verspreid worden. Daarbij kunnen mieren ook een rol spelen. Aan krokuszaden zit een vet- en koolhydraatrijk uitsteeksel, een mierenbroodje, waardoor mieren met de zaden aan de haal gaan. In het najaar zijn de doosvruchten te zien, ze steken als een torentje boven de grond uit. De vruchten zijn het best te zien bij de boerenkrokus. Behalve stuifmeel leveren de planten ook nectar. Deze wordt geproduceerd aan de basis van de kroonbuis vanaf het vruchtbeginsel, en stijgt daar capillair omhoog, zodat bijen en hommels aan de basis van de kroonbuis terechtkunnen en door de stempels te passeren voor bestuiving zorgen.